UA-47930539-1

EXTRA INFORMATIE VOOR ZELFSTANDIGE GASTOUDERS

Er is de afgelopen jaren veel gedoe geweest rond het ondernemerschap van gastouders. Waar de ene rechtbank tot een uitspraak kwam, waarin in een specifiek geval sprake was van winst uit onderneming, kwam een andere rechtbank tot een heel andere uitspraak. 

Een uitspraak uit 2012 leek voldoende zekerheid te bieden over de vraag of gastouders hun werkzaamheden als ondernemer kunnen uitvoeren.

Uitspraak rechtbank Arnhem 2012

Echter, in de zomer van 2016 kwam het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een specifiek geval tot de uitspraak dat er geen sprake was van voldoende zelfstandigheid. Het vervelende van deze uitspraak is dat het Hof de rol van een gastouderbureau in een nieuw licht zette, zodat deze uitspraak gevolgen kon krijgen voor meerdere gastouders. Het is duidelijk dat het Hof enkele aannames doet waar grote vraagtekens bij zijn te zetten. 

Uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2016

Sinds die tijd zijn er gelukkig meerdere  uitspraken gedaan door rechtbank en gerechtshof waarin wel is bepaald dat er  -in die individuele gevallen- sprake was van Winst uit Onderneming. Deze gastouders voldeden op meerdere gronden aan de eisen die worden gesteld aan een ondernemer. Zowel de rechtbank als het gerechtshof laten eigen acquisitie van klanten zwaar meetellen. 

Uitspraak ondernemerschap rechtbank Zeeland-West Brabant april 2017.pdf 

Uitspraak ondernemerschap Gerechtshof Den Haag juli 2017.pdf 

Op 13 maart 2018 volgde uiteindelijk een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin klip-en-klaar wordt gesteld dat de werkzaamheden van een gastouder in individuele gevallen zeer zeker als winst uit onderneming kunnen worden beoordeeld. De klanten van gastouders zijn de vraagouders, de gastouder loopt wel degelijk ondernemersrisico en het gastouderbureau heeft geen toezichthoudende- en handhavende taak, maar signaleert, bemiddelt, begeleidt en ondersteunt de gastouder. De discussie lijkt nu dus echt gesloten: een gastouder die aan de ondernemerscriteria voldoet, wordt als zodanig beoordeeld.

Uitspraak 13 maart 2018 Hof Arnhem-Leeuwarden